
Je bent vijf jaar. Oma is dood. Je staat op de begraafplaats. Een weiland vol paden en rechthoeken met stenen en bloemen. De lucht is blauw en koud. Er vliegen vogels in de lucht. De kist waar oma in ligt, hebben ze nu hierheen gebracht. In een lange stoet liep iedereen erachteraan. Je hield mama’s hand vast. En ziet alleen maar benen en lange jassen. De rechthoek blijkt van dichtbij een diepe kuil. Oma is dood.
De oma die je elke week ophaalde van school.
De oma waar je de grootste stroopwafels van heel Nederland van kreeg.
De oma waar je zo vaak mocht logeren, dat je er een eigen pyjama en tandenborstel in de kast had liggen.
De oma waar je altijd mocht spelen, kersen mocht plukken uit de boom in de achtertuin, kon knuffelen en boekjes lezen.
De oma die zich net als jij soms verdrietig voelde, omdat opa er niet meer was.
De oma die nu zelf dood is.
Je wilde nog zoveel knuffels geven. Je wilde nog zoveel vertellen.
Er zijn veel grote mensen om je heen. Je eigen familie. Papa en mama zijn heel verdrietig. Ze moeten steeds huilen. Net als je tantes en je oom, je nichtje en neefjes. Maar er zijn ook veel meer mensen, die je helemaal niet kent. Ze kijken allemaal alsof ze heel diep nadenken. De kist waar oma in ligt, is net in een kuil in de grond gegaan. Iedereen heeft er bloemen op gegooid. Straks doet iemand er zand overheen.
Er is veel gepraat en gezegd. eerst in een grote zaal, daarna weer, hier buiten. Maar wat en waarover, dat heb je niet begrepen. Je dacht aan oma. En aan wat je allemaal nog wilde vertellen. Ze zeggen dat het nooit meer kan.
Alle mensen lopen langzaam weg van de begraafplaats. Je krijgt een flesje bellenblaas. De mevrouw die zoveel heeft gezegd vanochtend, zegt nu tegen jou: blaas maar. Wat je nog wil vertellen aan oma, gaat met de bellen mee. Naar oma.
Blaas de woorden die je wilt zeggen en wat je denkt maar in de bellen. Ze zweven in de lucht. Waar oma ze nog kan horen.
De mensen die langzaam teruglopen, hebben nu een glimlach op hun gezicht. De bellen worden meegenomen door de wind. Langs de stenen en de bloemen en over het grasveld. Sommigen zweven bijna zo hoog als de vogels.
(verhaal naar aanleiding van gebeurtenis tijdens mijn stage)